Robbert says no!
Robbert Manders
augustus 2026
Medeoprichter van Antaurus, tech-belegger en goudkever Marc Langeveld laveert sinds vorig jaar weer door ons kantoor. Een van zijn minst verrassende eigenschappen is dat hij een enorme fan is van gadgets. Hij heeft vaak de nieuwste snufjes, waaronder AI-opname apparatuur, de nieuwste telefoons, maar ook simpelere snuisterijen. Zo heeft hij een grote rode ronde knop op zijn bureau staan met daarop de tekst “NO!”. Tot mijn groot vermaak komt daar variatie aan geluiden uit van “no, no, no” tot “for the last time: NO”.
De rode knop heeft het leven op kantoor wat leuker gemaakt. Zo kan ik mijn geluk niet op als iemand vraagt of het tijd is om ASML te verkopen en er uit de richting van Marc’s bureau ‘N-O’ klinkt.
De entertainment-factor komt terug bij veel technologische innovatie. Denk aan streamingsdiensten, sociale media (op mobiele telefoons), videogames, etc. Mensen ontdekken de entertainmentwaarde van innovaties razendsnel.
Wat we links en rechts horen is dat kunstmatige intelligentie (AI) de arbeidsproductiviteit gaat verbeteren. Vooralsnog zijn er genoeg (theoretische) voorbeelden van productiviteitsverbeteringen, maar de praktijk is weerbarstig. Er is een verzameling aan data en anekdotes die laat zien dat AI vooralsnog een verwaarloosbare impact heeft op productiviteit.
Zo schreef het FD dat de salarissen van beginnende advocaten bijzonder hard gestegen zijn, terwijl dat niet logisch is als AI deze werknemers overbodig maakt. Nog verrassender is dat ook grote techbedrijven erachter komen dat er geen meetbare productiviteitsverbeteringen zijn door het gebruik van AI.
Het gebrek aan productiviteitsgroei is geen nieuw fenomeen. Zo was de (logische) hypothese dat de computer en snelle IT-ontwikkelingen in de jaren ‘70 en ‘80 de productiviteit een slinger zouden geven. Dat bleek in de praktijk flink tegen te vallen. Terwijl computercapaciteit in de VS verhonderdvoudigde kromp de productiviteitsgroei van 3% in de jaren ’60 naar 1% in de jaren ’80. Dit werd de productiviteitsparadox genoemd.
Er zijn tal van mogelijke verklaringen voor de lage productiviteitsgroei van toen die ook op AI van toepassing zijn: hoge investeringen, profijt dat naar de consument gaat en niet in winsten (en dus statistieken) terechtkomt, en de theorie dat de productiviteit pas in de jaren ’90 goed door kwam. Tot slot denk ik zelf dat er altijd innovaties zijn waardoor de productiviteit langzaam maar doorlopend verbetert. Wellicht valt AI in hetzelfde rijtje, maar vooralsnog blijkt het geen quick-fix te zijn.
Mijn AI-idee voor de rode knop is dat hij weet wie erop drukt en aan de hand daarvan een geluid afspeelt: ‘Robbert says noooo’. Ik denk echter dat er nog heel wat water door de Rijn moet stromen voordat dit (tegen acceptabele kosten) mogelijk is. Ook denk ik dat we tot die tijd niet te hoge verwachtingen moeten hebben van de productiviteitsgroei door AI. Welk effect dat op de beurs heeft, kan u aan AI vragen.



