Kwartaalbericht – Europe Fund
Juni 2026
€376,52
koers
+5,8%
in 2026
+6,9%
op jaarbasis
-1,7%
in juni
€394,86
koers
+6,0%
in 2026
+7,7%
op jaarbasis
-1,7%
in juni
Met onze maand- en kwartaalberichten bieden wij inzicht in de prestatie van onze fondsen.
Video toelichting
Portefeuille en markt
De koers van het Antaurus Europe Fund (AEF) zakte afgelopen maand met -1,7%. De slotkoers van juni is hiermee €376,52. Vanaf de start in 2006 bedraagt het gemiddeld jaarlijks nettorendement +6,9%.
In het tweede kwartaal steeg het AEF met +3,5%. Dit rendement werd gerealiseerd met een gemiddelde nettolongweging van 49%. Daarmee was het marktrisico van het AEF substantieel lager dan het risico van een belegging in aandelen.
Na een aarzelende start van het jaar hebben de Europese aandelenbeurzen een sterk tweede kwartaal achter de rug. De brede Europese index (Stoxx 600) steeg 11,9% in het tweede kwartaal. De S&P Europe SmallCap, een index die kleinere ondernemingen vertegenwoordigt, rendeerde dit kwartaal 9,7% – beide in euro en inclusief netto dividenden. Het verschil in rendement tussen die twee indices laat zien dat de koersontwikkeling van kleinere bedrijven achterbleef bij die van grotere ondernemingen, een trend die zich al geruime tijd voordoet.
De gemiddelde nettolongweging van het AEF bedroeg in het kwartaal 49%. Doordat de brede beurs steeg, droeg de bèta positief bij aan het resultaat. De aandelenselectie (alfa) droeg negatief bij. Dit was doordat de longposities minder hard stegen dan de beurs. De negatieve alfa op de longposities is voor een groot gedeelte gecompenseerd door de sterke bijdrage van de shortposities aan de alfa. De aandelenkoersen van de longposities deden het dus beter dan de shortposities.
Een verklaring voor het achterblijven van de koersontwikkeling van de geselecteerde longposities is dat in het tweede kwartaal vooral volatiele sectoren hoge rendementen lieten zien. De drie best presterende sectoren in de Stoxx 600 waren dan ook technologie, banken, en reis & luchtvaart, die alle drie rendement behaalden van 20% of meer. Het AEF heeft op dit moment weinig belegd in deze sectoren.
De grootste positieve bijdragen van longposities waren ALSO (IT-distributeur), Hiab (vrachtwagenonderdelen), en ASR (verzekeraar). De grootste negatieve bijdrage van een longpositie kwam van Landis+Gyr (slimme elektriciteitsmeters).
De koers van Also Holding steeg met 38% (in euro). Dit was voornamelijk een herstel van het slechte eerste kwartaal, waarin het aandeel de grootste verliezer was binnen onze portefeuille. Dat herstel werd gedreven door sterke resultaten behaald in het eerste kwartaal en een succesvolle beleggersdag in het Verenigd Koninkrijk. Tijdens deze bijeenkomst gaf het management meer inzicht in de onderliggende winstdrijvers van het bedrijf en verbeterde het de transparantie richting beleggers. Met name de software distributieactiviteiten blijken inmiddels een belangrijkere rol te spelen dan voorheen gedacht. In 2026 zal deze activiteit naar verwachting ongeveer een derde van de groepswinst vertegenwoordigen. Dit bevestigt onze aanname dat de omzetcompositie van Also de afgelopen jaren structureel is verbeterd richting hoger renderende activiteiten met een terugkerende inkomensstroom. Ook gaf de investeerdersdag meer vertrouwen in de overname van Westcoast. Deze heeft een dominante positie in het Verenigd Koninkrijk en beschikt over duidelijke schaalvoordelen ten opzichte van andere distributeurs.
De koers van Hiab steeg met 37% (in euro). In maart stond het aandeel, net als veel andere Europese industriële bedrijven, onder druk door zorgen over hogere olieprijzen en de bredere impact daarvan op de industrie. In het tweede kwartaal herstelde het aandeel echter sterk, ondersteund door goede eerstekwartaalcijfers. De orders en winst kwamen ongeveer 5% boven verwachting uit. Daarnaast verhoogde het management de margedoelstelling voor dit jaar van 13,0% naar 13,5%, geholpen door betere zichtbaarheid op de rest van het jaar. Met name de orderontwikkeling in Noord- en Zuid-Amerika was bemoedigend. Hoewel de Amerikaanse markt volgens het management nog steeds zwak is, lijkt deze wel rond het dieptepunt te zitten. Recente positieve verkoopcijfers van vrachtwagens in de VS zouden met een vertraging van zes tot acht weken moeten doorwerken in de orderinstroom van Hiab. Dit bevestigt dat het bedrijf de goede kant op beweegt, al blijft de timing van een cyclisch herstel onzeker.
De koers van ASR steeg in het tweede kwartaal met 21% (inclusief dividend). Het aandeel presteerde fors beter dan de sector die in dezelfde periode 8% rendeerde. ASR profiteerde onder meer van een positief rapport van Goldman Sachs. Daarnaast denken we dat beleggers steeds beter op de hoogte raken van de combinatie lage waardering en groei van de Nederlandse verzekeraars.
De koers van Landis+Gyr daalde in het tweede kwartaal met 12% (in euro en inclusief dividend). Landis+Gyr is een leverancier van slimme elektriciteitsmeters en softwareoplossingen voor nutsbedrijven in Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Azië. Het bedrijf profiteert op de lange termijn van de toenemende digitalisering van energienetten en de energietransitie. De koers daalde scherp in het tweede kwartaal van 2026 nadat Landis+Gyr bij de presentatie van de jaarcijfers in mei een teleurstellende verwachting afgaf voor het lopende boekjaar. Het bedrijf verwacht dat de omzet zal dalen en dat de winstgevendheid slechts beperkt zal verbeteren. Tegelijkertijd gaf het management aan dat zowel de omzet als de winst in de boekjaren 2027 en 2028 naar verwachting weer sterk zullen groeien. Per saldo zijn de vooruitzichten voor de middellange termijn daarmee in lijn met de verwachtingen van Antaurus. De onverwachte terugval in omzet en winst in het huidige boekjaar vormde echter opnieuw een tegenvaller voor beleggers en leidde tot een verdere afname van het vertrouwen in het bedrijf.
Koers
Volatiliteit (%)
Volatiliteit geeft aan hoe sterk koersen bewegen en daarmee ook het risico dat met schommelingen samen gaat. Het Antaurus Europe Fund heeft structureel een lagere volatiliteit/marktrisico dan de aandelenmarkten. Dit is te danken aan onze long/short strategie.
Strategie en vooruitzichten
In juni stegen de Europese beurzen met zo’n 3,5%, waarmee de comfortabele winst van april en mei verder werd uitgebouwd en het totaalrendement voor het eerste halfjaar uitkomt op 10,9% (inclusief dividend). Deze stijging is te danken aan een licht groeiende wereldeconomie en ondanks hoge en volatiele energieprijzen.
Het conflict in het Midden-Oosten dat werd aangehaald in het vorige kwartaalbericht is goeddeels voorbij en dat heeft het afgelopen kwartaal zijn effect gehad op financiële markten. De internationale olieprijzen zijn stevig gedaald en al bijna ‘terug bij af’ versus eind februari. Nederlandse gasprijzen daarentegen hebben nog ongeveer 30% te gaan om terug te komen op de oude niveaus.
Een constant lichtpunt in de economische data dit jaar is de Amerikaanse economie welke onder meer wordt aangejaagd door investeringen in kunstmatige intelligentie. Zowel de inkomens als uitgaven van Amerikaanse huishoudens liggen (voor inflatie gecorrigeerd) boven de recente trend. Zo zijn bijvoorbeeld de inkomens in april en mei bij elkaar met 0,6% gestegen. Aangezien al deze cijfers gecorrigeerd zijn voor inflatie (benzine werd duurder), zijn dit sterke cijfers. Tegelijk met hogere inkomens zijn de besparingen van huishoudens gezakt van ongeveer 4% van het inkomen in januari naar 3%, wat aangeeft dat Amerikanen niet bevreesd zijn voor het verliezen van hun baan en dus durven uit te geven – ook aan zaken buiten energie.
Ook in Europa gaat economische data de goede kant op. De ZEW Index over het economisch sentiment van de eurozone is in juni sterk verbeterd – zeker vanaf het dieptepunt dat begin april werd gemeten. De index is echter nog wel ver verwijderd van de stand van het begin van het jaar.
Ook de afgekoelde rente ondersteunt de aandelenmarkten. De Nederlandse 10-jaarsrente is sinds maart gedaald en ligt inmiddels weer rond het niveau van begin dit jaar. Dat is opvallend, omdat de ECB in juni de beleidsrente nog verhoogde, terwijl dat aan het begin dit jaar niet werd verwacht. Daarbij verwees de centrale bank naar de hogere inflatieverwachtingen van haar eigen staf.
Wij denken echter dat deze renteverhoging vooral moet worden gezien in het licht van de geloofwaardigheid van de ECB. De centrale bank kreeg veel kritiek omdat zij pas in juli 2022 begon met het verhogen van de rente, terwijl de Amerikaanse Federal Reserve datzelfde jaar al vier renteverhogingen had doorgevoerd. Bovendien was de inflatie in de eurozone al in 2021 opgelopen tot 2,9%, ruim boven de doelstelling, terwijl de beleidsrente nog altijd negatief was en de roep om renteverhogingen breed klonk.
Naar onze verwachting wil de ECB met haar huidige beleid vooral de destijds opgelopen reputatieschade herstellen en is zij niet van plan de rente nog materieel verder te verhogen. Dat de kapitaalmarktrente inmiddels weer is gedaald, past bij die verwachting. Een gematigde renteontwikkeling is doorgaans gunstig voor aandelen, omdat de financieringskosten lager blijven en toekomstige bedrijfswinsten tegen een minder hoge rente worden verdisconteerd.
Economisch lijken zowel het sentiment als de data de goede kant op te gaan. De aandacht van de markt verschuift weer naar andere zaken zoals de impact van AI op bedrijfsmodellen. Dat is een thema waar wij alert op zijn, want veel aandelensectoren zijn afgestraft door mogelijke blootstelling daaraan. Naar onze inschatting is de angst in sommige aandelen overdreven en in andere aandelen is de afwaardering juist te licht. Zo blijven wij enthousiast over bedrijven met eigen, unieke data.
De ontwikkelingen van afgelopen kwartaal laten wederom zien hoe snel de economische en geopolitieke omstandigheden kunnen veranderen. Het is daarom essentieel om de risico’s en kansen actief te blijven monitoren. Op basis van onze bijna 20 jaar ervaring, met meerdere periodes van hoge volatiliteit, zijn wij ervan overtuigd dat wij als long/short aandelenfonds hier optimaal van kunnen profiteren.
| Top 3 long posities | Gewicht |
|---|---|
| ASR | 6,7% |
| Basic-Fit | 5,8% |
| RELX | 5,6% |
| Top 3 short posities | Gewicht |
|---|---|
| Real Estate | 4,7% |
| Consumer Discretionary | 4,1% |
| Industrials | 3,8% |
| Risk analysis | 3 months | 5 years | Since start | Gross position (Long + Short in %) | 130 | 133 | 132 |
|---|---|---|---|
| Net long (Long - Short in %) | 50 | 35 | 40 |
| Beta adjusted net long (%) | 42 | 31 | 35 |
| Positive months (%) | 63 | 62 | |
| Maximum drawdown (%) | -7,1 | -20,9 | |
| Best monthly return (%) | +5,3 | +11,9 | |
| Worst monthly return (%) | -3,0 | -8,6 | |
| Volatility (%) | 6,5 | 9,9 | |
| Sharpe ratio | 0.77 (A) / 0,83 (B) | 0,70 (A) / 0,74 (B) |